Planvorming

Een tegemoetkoming in geld of een compensatie in natura

25 jun 2019

Indien sprake is van planologisch nadeel dat voor een tegemoetkoming ex artikel 6.1 Wro in aanmerking komt, mag een bestuursorgaan kiezen voor een vergoeding in geld óf voor een compensatie in natura.

Planschadetegemoetkomingen kunnen fors oplopen

Daar waar grote planologische veranderingen plaatsvinden kunnen de uit te keren planschadetegemoetkomingen hoog oplopen. Het kan zowel gaan om planwijzigingen voor gronden in de omgeving van het object van een aanvrager (indirecte planschade) als om bestemmingswijzigingen voor het object van een aanvrager zelf (directe planschade).

Keuzemogelijkheid

Indien er geen juridische grondslag is voor afwijzing, dient de aanvraag te worden toegewezen en het planologisch nadeel te worden vergoed. Wel bestaat er regelmatig nog een keuzemogelijkheid hoe de planschade kan worden vergoed. Een tegemoetkoming in geld is niet de enige mogelijkheid. Bij indirecte planschade kan een compensatie in natura bijvoorbeeld plaatsvinden door herstel van de door een wijziging van het planologische regime verruimde bouw- of gebruiksmogelijkheden van gronden van derden, of door het alsnog verbinden van beperkende bouw- of gebruiksvoorschriften aan het nieuwe planologische regime. Bij directe planschade kan een compensatie in natura onder meer bestaan uit een herstel van de door een wijziging van het planologische regime weggevallen bouwmogelijkheid.

De voorkeur van degene die schade lijdt is hierbij niet maatgevend (vgl. ABRvS 9 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3767). Het bestuursorgaan mag bij het tegemoetkomen in de schade namelijk uitgaan van de wijze van compenseren die de laagste kosten met zich brengt (vgl. ABRvS van 9 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3767).

Aandachtspunten

Bij de keuze voor een compensatie in natura is wel van belang dat de planologische ontwikkeling op gronden van derden nog niet is of op korte termijn zal worden verwezenlijkt én dat er in de tussentijd geen verkoop van het getroffen object heeft plaatsgevonden. Indien de aanvrager tussentijds zijn object voor een lager bedrag aan een derde heeft verkocht, heeft hij zelf immers geen baat meer bij een “reparatie” van het plan.

Bovendien is van belang dat de compensatie in natura niet afhankelijk wordt van een toekomstige onzekere gebeurtenis. In het besluit waarin tot een compensatie in natura wordt besloten, dient een einddatum te worden opgenomen waarvóór het reparatieplan onherroepelijk dient te zijn geworden. Hierbij dient dan te worden toegezegd dat indien die datum niet wordt gehaald, alsnog zal worden overgegaan tot een tegemoetkoming in geld.

Naast de kosten van de reparatieprocedure zelf, dient dus ook rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat een plan (door een lange beroepsprocedure) niet tijdig de eindstreep zal halen.

In de praktijk komt het steeds vaker voor dat bestuursorganen het planologisch nadeel niet geheel, maar gedeeltelijk in natura willen compenseren. Dit bijvoorbeeld omdat een deel van een woningbouwontwikkeling op relatief korte termijn kan worden gerealiseerd en het terugbestemmen van een ander deel niet bezwaarlijk wordt gevonden. Bij directe planschade wordt in bepaalde gevallen wel eens besloten dat het deels herstellen van een uitbreidingsmogelijkheid op het perceel van een aanvrager zelf, ook nog redelijk past in de betreffende omgeving. Ook het in delen repareren van een schadeveroorzakend plan is overigens recent door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geaccordeerd (ABRvS 10 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1144, Maasdriel).

Voorafgaand onderzoek

Indien men de planschade geheel of gedeeltelijk in natura wenst te compenseren is in ieder geval verstandig, voorafgaand aan het besluit, te laten onderzoeken óf met het reparatieplan de schade daadwerkelijk geheel of gedeeltelijk zal worden gecompenseerd en in het laatste geval, welk deel nog voor een tegemoetkoming in geld in aanmerking zal komen. Alleen met die kennis kan een weloverwogen keuze worden gemaakt.

Meer weten?! Neem dan contact op met Yvonne de Looij.