Planvorming

Wind in de zeilen met een risicoanalyse planschade

16 dec 2015 • Kees van der Lee

Om de doelstellingen voor windenergie te bereiken zijn meer en omvangrijkere windturbines noodzakelijk. Dit vergroot echter de planschaderisico’s.

Rijksdoelstellingen windenergie
Nu de Rijksoverheid streeft naar 14% duurzame energie in 2020 is meer windenergie op land en zee nodig. Doel is dat alle windturbines op land dan ruim 3 miljoen huishoudens van elektriciteit voorzien. Windturbines op de Noordzee dienen in 2023 voldoende elektriciteit op te wekken voor nog eens 5 miljoen huishoudens.

De komende jaren zullen dus meer windparken worden aangelegd en met turbines van een steeds grotere omvang. Tegenwoordig hebben windturbines een gemiddelde ashoogte van 100 meter. De verwachting is dat in de toekomst een opschaling zal plaatsvinden naar ashoogten van 150 à 200 meter.

Uitspraken rechtbank Oost-Brabant
In de meeste gevallen is voor realisatie van windparken een planologische wijziging vereist, hetgeen op zichzelf al een planschaderisico ex artikel 6.1 Wro met zich brengt.

Uit de recente uitspraken van de rechtbank Oost-Brabant van 8 september 2015 (ECLI:NL:RBOBR:2015:5278 en ECLI:NL:RBOBR:2015:5279) blijkt voorts dat ook bij een tussenliggende afstand van 950 meter sprake kan zijn van een waardedaling welke het normaal maatschappelijk risico overstijgt en dat ook bij een agrarische bedrijfswoning zich planschade kan voordoen die voor tegemoetkoming in aanmerking komt.

Voor omwonenden zijn de belangrijkste potentiële nadelen een beperking van het uitzicht, een aantasting van de omgevingskarakteristiek, slagschaduwhinder en geluidhinder. Bovendien kan zich voor eigenaren van een bestaand windpark, bij de realisatie van nieuwe windturbines in de nabije omgeving, planologisch nadeel voordoen in de vorm van rendementsverlies door windafvang.

Risicoanalyses planschade steeds belangrijker
Alle reden dus om bij realisatie van een nieuw windpark de planschaderisico’s vooraf goed te laten onderzoeken. Niet alleen eigenaren van burger- en bedrijfswoningen op relatief ruime afstanden kunnen immers nadeel ondervinden. Ook de exploitatie van bestaande windparken kan nadelig worden beïnvloed. Hierbij is van belang dat het onderzoek naar het planschaderisico door een deskundige wordt verricht met niet alleen kennis van windturbines en de woningmarkt, maar ook van het planschaderecht. Het inschatten van de omvang van de waardedaling dient bijvoorbeeld niet te worden gebaseerd op feitelijke transacties, “geluiden uit de markt” en/of door middel van het “loslaten” van een percentage op de WOZ-waarde. Er dient een taxatie te worden verricht die voldoet aan alle in de planschadejurisprudentie geformuleerde maatstaven.

Ook van belang is in een vroeg stadium advies in te winnen over de voorzienbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. Op die manier kan het planschaderisico zo accuraat mogelijk worden geschat.

Een laatste “trend” bij het beoordelen van windturbineparken is het beoordelen van waardevermindering van zogenaamde “molenaarswoningen”: dit zijn woningen van derden die op een dusdanige wijze binnen de milieucontouren van een windpark liggen dat het raadzamer is om ze “tot de inrichting te laten behoren”. Een goed inzicht in de gevolgen van windenergieprojecten voor deze “molenaarswoningen” vergroot de kans van slagen van het project.

Wind in de zeilen
Met een tijdig en goed advies zal de realisatie van een nieuw windpark voorspoedig kunnen verlopen. U weet vooraf wat u te wachten staat en of, en zo ja, op welke wijze het planschaderisico kan worden beperkt.

Meer weten?! Neem dan contact op met Yvonne de Looij.

Deel dit bericht