Nadeelcompensatie

Wijzigingswet Omgevingswet stelselaspecten doorgelicht

09 sep 2026

De internetconsultatie van het ontwerp van de Wijzigingswet Omgevingswet stelselaspecten heeft afgelopen voorjaar plaatsgevonden. In deze wet worden enkele wijzigingen voorgesteld met betrekking tot de Omgevingswet, waaronder de regeling van hoofdstuk 15: nadeelcompensatie.

Nieuw schadeveroorzakend besluit in artikel 15.1 Omgevingswet

Ik heb het wetsvoorstel gelezen, op zoek naar wijzigingen die voor de nadeelcompensatiepraktijk van belang zijn. Het gaat hier overigens om de nadeelcompensatiepraktijk, behalve die onderdelen die – ik noem het toch nog maar zo – het oude planschaderecht betreffen. Voor de klassieke nadeelcompensatiepraktijk was de zoektocht kort en niet eens zo krachtig. In het wetsvoorstel wordt aan artikel 15.1 Omgevingswet een nieuw schadebesluit toegevoegd, namelijk het besluit op grond van artikel 2.40, eerste lid van de Omgevingswet.

Waar gaat artikel 2.40 Omgevingswet over?

Artikel 2.40 Omgevingswet is opgenomen in Afdeling 2.6, getiteld “bijzondere taken en bevoegdheden”, en bepaalt met zoveel woorden dat de minister van Infrastructuur en Waterstaat de toegang tot een waterstaatswerk of een weg in beheer bij het Rijk kan beperken of verbieden door dat ter plaatse of op een andere geschikte wijze bekend te maken. Overigens geldt deze bevoegdheid niet voor het gebruik van een dergelijk waterstaatswerk of een weg door het openbaar verkeer.

Dit artikel stamt uit de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (artikel 6) en is met name bedoeld om zones rondom rijkswaterstaatswerken, zoals rijkswegen en grote sluiscomplexen, maar ook windmolenparken op zee, aan te wijzen als gesloten gebied ten behoeve van de veiligheid en ter bescherming van de infrastructuur zelf.

Gevolgen voor de nadeelcompensatiepraktijk?

Hoewel ik het idee heb dat deze wijziging geen brede gevolgen zal hebben voor de nadeelcompensatiepraktijk, lijkt het opnemen van het besluit van artikel 2.40 Omgevingswet als schadeveroorzakend besluit aan artikel 15.1 Omgevingswet in juridische zin wel logisch. Immers, het besluit van artikel 2.40 is aan te merken als een rechtmatige uitoefening van de publiekrechtelijke bevoegdheid of taak op grond van de Omgevingswet door de minister. Het komt dan ook correct over om de gevolgen van deze besluitbevoegdheid op te nemen als schadeoorzaak zoals bedoeld in artikel 15.1 Omgevingswet.

Mist de Wijzigingswet Omgevingswet stelselaspecten kansen?

Ten slotte kan de vraag worden gesteld of ook niet andere schadeoorzaken van andere bestuursorganen een plaats verdienen in het exclusieve lijstje van artikel 15.1 Omgevingswet. In mijn praktijk zijn de meest voorkomende schadeoorzaken feitelijke wegwerkzaamheden, al dan niet gebaseerd op een besluit tijdelijke verkeersmaatregelen. Dergelijke werkzaamheden betreffen evenwel geen “Omgevingsplanactiviteiten”, zodat het ook niet logisch is om deze feitelijke uitoefening van bevoegdheden onder artikel 15.1 Omgevingswet te plaatsen. Hier wordt dus naar mijn mening geen kans gemist.

Artikel 4:126 Awb blijft van toepassing op verkeersbesluiten en de uitvoering van wegwerkzaamheden

Artikel 4.126 Awb is en blijft voor verkeersbesluiten en feitelijke werkzaamheden de algemene grondslag van het égalitébeginsel en daarmee de grondslag voor nadeelcompensatie. In die zin is er dus met de voorgestelde wetswijziging geen “nieuws onder de zon”.

SAOZ adviseert!

De SAOZ adviseert van oudsher over aanvragen om nadeelcompensatie op grond van het “égalitébeginsel”, zoals dat nu is opgenomen in artikel 4:126 Awb.
Meer informatie daarover? Neem contact op met Peter van Bragt.