In mijn nieuwsbrief van 25 september 2025 ben ik ingegaan op het onderwerp “spuitvrije zones” bij woningbouwprojecten. Inmiddels heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over dit onderwerp een duidelijke duit in het zakje gedaan.
Spuitvrije zones bij ontwikkeling nieuwe woningbouw verplicht!
In de uitspraak ABRvS 13 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2772 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een streep gehaald door een bestemmingsplan dat voorzag in nieuwe woningbouw nabij agrarische gronden, louter vanwege het ontbreken van een regeling voor spuitvrije zones. Dat was voor de gemeente (en de initiatiefnemer) temeer zuur, omdat alle andere beroepsgronden tegen het bestemmingsplan werden verworpen.
Feitelijk gebruik van de betrokken agrarische gronden niet maatgevend
De gemeenteraad had het instellen van spuitvrije zones achterwege gelaten omdat de betrokken agrarische gronden feitelijk niet werden gebruikt op een wijze die het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen vergt. Ten onrechte, zo oordeelt de Afdeling, omdat niet het feitelijke gebruik, maar het planologisch mogelijke gebruik maatgevend is, getuige de overweging:
“De raad heeft niet goed gemotiveerd dat het bestemmingsplan onaanvaardbare gezondheidsrisico’s door gewasbeschermingsmiddelen uitsluit. De raad is bij de vaststelling van het bestemmingsplan namelijk ten onrechte niet uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Weliswaar worden er op de agrarische percelen van [appellante sub 3] en anderen op dit moment geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, maar het bestemmingsplan “Buitengebied Bergeijk 2011” sluit dit niet uit. In dit geval is de afstand tussen de woonbestemmingen op een aantal percelen in het plangebied en de agrarische percelen van [appellante sub 3] en anderen korter dan 50 m, namelijk 0 m. Een kortere afstand dan 50 m kan slechts worden gehanteerd als een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek daartoe aanleiding geeft.”
Wat betekent deze uitspraak voor de voorbereiding van woningbouwprojecten?
Uit de uitspraak “Bergeijk” volgt dat de gemeente in alle gevallen dat sprake is van nieuwe woningen nabij agrarische gronden, ongeacht hoe en door wie die gronden gebruikt worden, spuitvrije zones in het omgevingsplan moet opnemen. Deze verplichting geldt in beginsel alleen voor “nieuwe” woningen, niet voor bestaande woningen, zo schreef ik al in mijn eerdere nieuwsbrief. Een belangrijke nuancering op dit punt is dat bij splitsing van een bestaande woning een nieuwe woning ontstaat, ook al wordt er niets bijgebouwd.
Spuitvrije zones kunnen leiden tot “directe schade”
Het instellen van spuitvrije zones levert een beperking van gebruiksmogelijkheden op en daarmee in beginsel een risico op “directe schade” in de vorm van vermogensschade ofwel waardevermindering. Dat aspect zal moeten worden meegenomen in de voorbereiding van de betrokken projecten. Een deugdelijke risicoanalyse is daarvoor de basis.
Laat als bestuursorgaan zelf het financiële risico inzichtelijk maken!
Het lijkt verleidelijk om het aan de initiatiefnemer over te laten om de risico’s van het instellen van spuitvrije zones inzichtelijk te maken. Toch is dat volgens ons in deze gevallen niet verstandig, omdat het hier om directe schade gaat, waardoor de risico’s groter zijn dan bij indirecte schade. In onze laatste blog adviseren wij daarom niet voor niets dat je als bestuursorgaan directe schade te allen tijde zelf zou moeten laten beoordelen.
SAOZ adviseert!
SAOZ heeft ruime ervaring in zowel de beleidsmatige ondersteuning en onderbouwing van omgevingsplanwijzigingen als bij het inschatten van de financiële risico’s in individuele gevallen rondom het instellen van spuitvrije zones. Wij zijn gemeenten graag van dienst bij de voorbereiding van projecten op dit punt.
Meer weten over deze materie?! Neem dan contact op met Kees van der Lee.






