Planvorming

Water, het ondergeschoven kindje van het planschaderecht

29 sep 2021

Wateroverlast kan op verschillende manieren ontstaan. Artikel 6.1 Wro biedt vaak geen tegemoetkoming voor dit soort schades.

Waterschade
Na de uitvoering van bouwprojecten kan wateroverlast ontstaan door bijvoorbeeld het ophogen van gronden, een wijziging van het grondwaterpeil, het aanbrengen van een ondoorlatende leemlaag, het plaatsen van een keerwand en/of de realisatie van een overstortvoorziening. Wat planschade betreft is de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hier duidelijk over. Een vernatting van gronden als gevolg van maatregelen die al op basis van het vorige bestemmingsplan hadden kunnen plaatsvinden, dient bij de planvergelijking buiten beschouwing te worden gelaten. Dergelijke schade wordt gezien als een gevolg van “feitelijke uitvoeringsmaatregelen” die niet tot een tegemoetkoming in planschade leiden (vgl. ABRvS 15 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3736, “Geldrop-Mierlo”; ABRvS 30 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:239, “Helmond” en ABRvS 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:435, “Emmen”).

Indien dit soort waterschade-gerelateerde argumenten tijdens de bestemmingsplan- en/of vergunningsprocedure naar voren worden gebracht, kan in veel gevallen dus worden gesteld dat er geen grondslag is voor een planschadetegemoetkoming. Het voorgaande geldt ook voor het dempen van water als dit op basis van een eerdere waterbestemming al niet uitgesloten was en het handelen van een waterschap (zie wederom de uitspraak “Helmond”).

Artikel 6.1 Wro versus artikel 7.14 Waterwet
Sommige veranderingen kunnen wél leiden tot vergoedbare schade, zoals een nieuwe dubbelbestemming voor “Tijdelijke waterberging”. Maar als de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan plaatsvond ná de inwerkingtreding van de artikelen 7.14 tot en met 7.17 van de Waterwet (de Waterwet is op 22 december 2009 in werking getreden), blijft artikel 6.1 Wro buiten toepassing als een belanghebbende een beroep kan doen op een schadevergoeding als bedoeld in artikel 7.14, eerste lid van de Waterwet (vgl. ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3120, Leusden). Ook in een dergelijk geval is er dus geen grondslag voor een planschadetegemoetkoming. Wel dient rekening te worden gehouden met de omstandigheid dat bepaalde vormen van schade op basis van de Waterwet voor vergoeding in aanmerking kunnen komen, zoals vermogensschade door een waardedaling van gronden die gebruikt gaan worden als (tijdelijke of permanente) waterberging en schade door de aanleg van werken die het uitzicht beperken of percelen doorkruisen.

Goed beslagen ten ijs
Het schadevergoedingsrecht met betrekking tot watergerelateerde projecten is complex. Laat dus bij een nieuw project waarbij dergelijke schade is te verwachten, tijdig onderzoek doen naar de mogelijke risico’s. Op die manier valt uw ontwikkeling niet in het water.

Meer weten?! Neem dan contact op met Yvonne de Looij.

Deel dit bericht