Planschade

Voorzienbaarheid creëren leidt tot kostenbesparing

25 sep 2012

Voor gemeenten hoeft de uitkomst van een onderzoek naar voorzienbaarheid geen tombola te zijn. Hoe langer de periode van risicoaanvaarding, hoe lager het planschaderisico.

Direct planologisch nadeel
Steeds vaker zien wij in onze adviespraktijk dat gemeenten bestaande bouwmogelijkheden willen beperken. Te denken valt aan het laten vervallen van verspreid gelegen glastuinbouwmogelijkheden, het niet langer toestaan van bedrijfswoningen op bedrijfsterreinen, of het schrappen van woningbouwmogelijkheden in krimpgebieden. In dergelijke gevallen is de kans op direct planologisch nadeel groot.

Geen afwenteling
Het schrappen van onbenutte bouwmogelijkheden lijkt eenvoudig, maar kan grote financiële gevolgen hebben. Het afwentelen van directe planschade op andere partijen is immers niet aan de orde. De voor tegemoetkoming in aanmerking komende planschade kan een zware last vormen voor de begroting.

Actieve en/of passieve risicoaanvaarding
Geruime tijd vóór het wijzigen van de planologie is het dus van belang te laten onderzoeken hoe men het planschaderisico zo gering mogelijk kan houden.
Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt bijvoorbeeld dat wanneer voor een aanvrager sprake is van actieve en/of passieve risicoaanvaarding, een tegemoetkoming in planschade achterwege kan blijven. Voor het antwoord op de vraag of actieve en/of passieve risicoaanvaarding kan worden tegengeworpen, is van belang of de voortekenen van de nadelige planologische wijziging vóór aankoop respectievelijk gedurende enige tijd dat men de eigendom had, zichtbaar waren. Volgens vaste jurisprudentie (o.a. ABRS 18 april 2012, gemeente Lingewaal, zaaknummer 201108114/1/A2 en ABRS 25 april 2012, gemeente Sint Anthonis, zaaknummer 201107363/1/A2), is het voldoende dat – bezien vanuit de positie van een redelijk denkende en handelende eigenaar – aanleiding bestond rekening te houden met de kans dat de planologische situatie zou gaan veranderen in een voor hem ongunstige zin. Daarbij dient rekening te worden gehouden met concrete beleidsvoornemens die openbaar zijn gemaakt. Voor voorzienbaarheid is niet vereist dat het beleidsvoornemen een formele status heeft. Evenmin is vereist dat het voornemen tot in detail is uitgewerkt of dat de omvang van de nadelige gevolgen in nauwkeurigheid kan worden bepaald (ABRS 30 mei 2012, GS van Overijssel, zaaknummer 201104496/1/T1/A2).

Onderzoek leidt tot kostenbesparing
Uit de jurisprudentie zijn voorts diverse andere criteria af te leiden onder welke omstandigheden actieve en passieve risicoaanvaarding wel of niet aan de orde is.
Verstandig is geruime tijd vóór het wijzigen van de planologie door een deskundig adviesbureau te laten onderzoeken hoe het creëren van voorzienbaarheid het beste kan worden aangepakt. Ook kan men bijvoorbeeld conceptpublicaties met daarin een aankondiging van een planologische beperking, vooraf laten toetsen op “voldoende voorzienbaarheid”. In de praktijk blijkt dat na deskundig advies, het planschaderisico aanzienlijk kan worden verlaagd.

Meer weten?! Neem dan contact op met Yvonne de Looij.

Deel dit bericht