Nadeelcompensatie

Over varkens, (woning)nood en grondenfuiken

19 jun 2021

De uitspraak ABRvS 14 april 2021, ECLI:RVS:2021:786, waarin kort samengevat bepaald is dat bij bepaalde procedures de verplichting tot het indienen van een zienswijze is vervallen, vormt een trendbreuk met het omgevingsrecht zoals wij dat kenden. Zijn er ook gevolgen voor de beoordeling van planschade-aanvragen?

Verplichting tot het indienen van zienswijzen losgelaten

In de uitspraak heeft de Afdeling bepaald dat, waar besluiten worden voorbereid na het volgen van een “uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure” (ofwel “UOV-procedure”), van een appellant in (hoger) beroep niet meer de eis wordt gesteld dat deze ook een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerp van het aangevochten besluit. De aanleiding voor deze uitspraak ligt in het arrest “Varkens in nood” van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 januari 2021. Hierin heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat het Nederlandse bestuursprocesrecht voor deze gevallen in strijd is met het Verdrag van Aarhus.

Betekenis voor de beoordeling van planschade-aanvragen

Op het eerste gezicht heeft de uitspraak voor de behandeling / beoordeling van aanvragen om tegemoetkoming in planschade weinig tot geen betekenis. Planschade-besluiten worden immers niet voorbereid door middel van een “UOV-procedure”. Dat betekent bijvoorbeeld, dat van een aanvrager nu al niet verlangd wordt om een zienswijze in te dienen tegen bijvoorbeeld een conceptadvies van de schadebeoordelingscommissie, wil hij/zij bezwaar willen kunnen maken tegen het besluit van de gemeente op de aanvraag. Aan de andere kant blijft ook de huidige jurisprudentie rondom de “grondenfuik” ongewijzigd: in beroep of hoger beroep kunnen tegen het bestreden besluit geen geheel nieuwe beroepsgronden worden ingebracht.

Vervelende gevolgen voor woningbouwplannen

De uitspraak “Varkens in nood” heeft in potentie wel vervelende consequenties voor de totstandkoming van planschadegevoelige besluiten, zoals bestemmingsplannen en afwijkingsvergunningen. Voor gemeenten en ontwikkelaars die in het besluitvormingstraject geen zienswijzen tegen hun project hebben zien binnenkomen, is het vast te stellen bestemmingsplan c.q. de afwijkingsvergunning “geen gelopen race meer”. Ondanks het ontbreken van zienswijzen tegen het ontwerpbesluit kan dus toch geprocedeerd worden tegen die bestemmingsplannen en afwijkingsvergunningen. In een tijd van woningnood, stagnerende bouwproductie en groeiende onzekerheid is dit geen prettige ontwikkeling voor bouwend en bestuurlijk Nederland. 

De oplossing: wederom de omgevingsdialoog!

In een eerdere nieuwsbrief gaf ik al aan dat onder de Omgevingswet een goede “omgevingsdialoog” kan helpen bij de acceptatie van ruimtelijke plannen. Elk bezwaar dat in het voortraject “in der minne” wordt opgelost tussen de initiatiefnemer en de stakeholders in de omgeving betekent een procedure minder voor de gemeente – en dus lagere bestuurslasten en minder vertraging. Hoewel de inwerkingtreding van de Omgevingswet recentelijk andermaal is uitgesteld (naar “zeker” 1 juli 2022), levert deze uitspraak van de Afdeling nu al een goede incentive op om werk te maken van de omgevingsdialoog.

Meer weten?! Neem dan contact op met Kees van der Lee.

Deel dit bericht