Planschade

AZC leidend tot tijdelijke schade – Vestiging van AZC’s: Planschade ‘tijdelijke’ voorziening

16 dec 2015

In veel gemeenten worden thans vluchtelingen gehuisvest in bestaande of speciaal gebouwde voorzieningen. Daar waar het planologische regime ‘tijdelijk’ moet worden gewijzigd, rijst de vraag of er dan ook planschade kan ontstaan.

Nadeel als gevolg van tijdelijke maatregelen

In de oude WRO was in artikel 49 lid 1 onder b bepaald dat een tijdelijke vrijstelling ex artikel 17 WRO (oud) grondslag kon zijn voor planschade.

In artikel 6.1 Wro ontbreekt een eenduidige bepaling waaruit blijkt dat tijdelijke maatregelen grondslag kunnen zijn voor een tegemoetkoming in de planschade. In artikel 6.1, tweede lid, sub c Wro is bepaald dat planschade kan ontstaan als gevolg van een besluit tot afwijking van een bestemmingsplan ( ex artikel 2.1 eerste lid onder c Wabo).

In artikel 6.1 zelf is niet is aangeven dat het dan wel of niet mag gaan om een tijdelijk afwijking c.q. een omgevingsvergunning voor bepaalde duur. Duidelijke jurisprudentie ex artikel 6.1 Wro over tijdelijke hinder of maatregelen ontbrak tot voor kort.

Afdeling bestuursrechtspraak lijkt de deur op een kier te zetten

Onlangs is in een uitspraak naar aanleiding van een schadeclaim op grond van ex artikel 20d Tracéwet beslist dat tijdelijke hinder grondslag kan geven voor een schadevergoeding (ECLI:NL:RVS:2015:3350, Minister van Infrastructuur en Milieu). Hoewel de uitspraak gaat over de Tracéwet is de uitspraak ook relevant voor beoordeling van planschade ex artikel 6.1 Wro omdat de aanvraag, gelet op artikel 9.1.18 van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening, is beoordeeld naar de maatstaven van de Wro.

In casu ging het om de hinder en beperking van uitzicht door de tijdelijke plaatsing van een bouwkeet en werkmaterialen. Andere aanvragers hadden een schadevergoeding gekregen, de appellanten in hoger beroep echter niet. De ABRS oordeelt inhoudelijk dat de minister terecht geen aanleiding heeft gezien een vergoeding toe te kennen aan appellanten omdat hun woningen aanmerkelijk verder van het betreffende werkterrein waren gelegen. Wanneer de ABRS van oordeel zou zijn dat de duurzaamheid (permanente karakter) van een maatregel noodzakelijk is om een tegemoetkoming in planschade toe te kennen, zou de ABRS geen inhoudelijk oordeel hebben gegeven.

Wat is tijdelijk?

Tijdelijke maatregelen zouden onder omstandigheden dus mogelijk planschade kunnen veroorzaken, zo lijkt het. Ook overheden die tijdelijk huisvesting bieden aan asielzoekers dienen zich daarvan bewust te zijn. Maar wat is dan ‘tijdelijk’?

Daar waar op grond van de Wabo in “opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen” wordt voorzien in bestaande gebouwen buiten de bebouwde kom, is sprake van een “kruimelomgevingsvergunning” ex artikel 2.12, eerste lid sub a onder 2° Wabo voor een planschade gevoelige activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c Wabo en als genoemd in artikel 6.1 tweede lid sub c Wro. Dit soort kruimelomgevingsvergunningen zijn geregeld in artikel 4 onderdeel 9 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht zoals gewijzigd in werking getreden op 9 september 2015 (Stb. 2015, 323). De individuele asielzoeker is dan wel een tijdelijke bewoner, het gebouw wordt wanneer een kruimelomgevingsvergunning wordt verleend, gezien als een permanente voorziening.

Waardederving door verkoop van een object binnen de termijn van een tijdelijke vrijstelling ex artikel 17 WRO werd gezien als permanente schade (LJN-B18424 Cranendonck). Niet is uit te sluiten dat de rechter een zelfde oordeel geeft in zaken onder de nieuwe Wro, niet in de laatste plaats omdat volgens het nieuwe recht de periode waarvoor een omgevingsvergunning voor bepaalde tijd kan worden afgegeven niet is gefixeerd, doch slechts in gebonden aan een maximale termijn van maar liefst 15 jaren (artikel 5.16 Besluit omgevingsrecht).

Overwogen kiezen van locatie, procedure en de termijn

Dat vestiging van een AZC impact kan hebben op de omgeving, en dat omwonenden de ontwikkeling kritisch volgen, is duidelijk geworden uit berichten in de media. Voor het bepalen van de (planschade)risico’s van vluchtelingenopvang is niet alleen de huidige planologische bestemming van de locatie belangrijk. Het maakt ook verschil welk besluit (kruimelomgevingsvergunning, omgevingsvergunning met afwijking) aan de opvanglocatie ten grondslag wordt gelegd en voor wat voor termijn de omgevingsvergunning wordt verleend. Bij de locatiekeuze loont het zeker de moeite om onafhankelijk advies te vragen.

Goed beslagen ten ijs

Een goed onderbouwd advies waarin duidelijk uiteen wordt gezet op welke wijze (al dan niet vermeende) planologische nadelen en planschade risico’s bij vestiging van een AZC zijn afgewogen helpt het bestuurlijke en maatschappelijke draagvlak voor de te maken te keuze te vergroten.

Meer weten?! Neem dan contact op met Paulo Schreiber.