Planschade

Nieuwe wetgeving verhoogt plan(schade)risico

28 mrt 2012

Wanneer wetsvoorstellen tot wijzigingen van de Algemene wet bestuursrecht, inzake aanpassing van bestuursprocesrecht en verhoging van griffierecht, tot wet worden verheven, zullen bestuursorganen hun besluiten extra zorgvuldig moeten formuleren. De totale kosten van (behandeling van) planschadeaanvragen kunnen substantieel worden.

Wet kostendekkende griffierechten
In juli 2010 is bij Koninklijk besluit mededeling gedaan van wetsvoorstel 32450 “Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en aanverwante wetten met het oog op enige verbeteringen van het bestuursprocesrecht (Wet aanpassing bestuursprocesrecht)”. In het wetsvoorstel wordt onder meer het bestuursprocesrecht in feitelijke instanties geconcentreerd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Onder meer de behandeling van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak, thans geregeld in de Wet op de Raad van State, wordt overgeheveld naar de Awb. In de “Wet aanpassing bestuursprocesrecht” wordt gesproken over bevordering van een effectieve en definitieve geschilbeslechting. Er is in het betreffende wetsvoorstel 32450 vooral gekeken hoe de rechters procedures zo efficiënt mogelijk kunnen afhandelen.

Met het wetsvoorstel 33071 “Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet griffierechten burgerlijke zaken en enige andere wetten in verband met de verhoging van griffierechten (Wet kostendekkende griffierechten)”, legt de initiatiefnemer van het wetsvoorstel het accent op de dosering van procedures aan de poort. Ook van de burger en het bestuursorgaan wordt een inspanning verwacht om de kosten van de rechtspraak betaalbaar te houden. De “Wet kostendekkende griffierechten” is dan ook een direct resultaat van het regeerakkoord waarin is gesteld dat rechtspraak per 2013 zal worden bekostigd door degenen die daar gebruik van maken.

Naast verhoging griffierechten ook extra griffierechten
Voor planschadeaanvragers zijn de griffierechten bij zowel de Rechtbank als bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) aanzienlijk verhoogd.

Dit aspect is breed in de publiciteit geweest. Beelden van circa 500 advocaten in toga op het Plein in Den Haag hebben het NOS Journaal gehaald. Minder publiciteit heeft echter gekregen het gegeven dat bestuursorganen de rekening krijgen gepresenteerd wanneer in beroep of in hoger beroep een appellant in het gelijk wordt gesteld of anderszins proceskosten worden gemaakt. Een voorbeeld van het laatste is onder omstandigheden bijvoorbeeld een “bestuurlijke lus” waarbij het bestuursorgaan om een nadere motivering wordt gevraagd voordat de rechter uitspraak doet. Onder het huidige recht kan het bestuursorgaan al veroordeeld worden tot het betalen van de griffierechten, proceskosten en eventuele overige deskundigenkosten van een aanvrager. In het wetsvoorstel komen daar voor het bestuursorgaan extra ‘griffierechten’ bij. Wordt een besluit van het bestuursorgaan vernietigd bij de Rechtbank, dan moet het bestuursorgaan aan de rechter (!) een bedrag van € 5.000,– betalen. Wordt in hoger beroep het bestuursorgaan in het ongelijk gesteld dan betaalt het bestuursorgaan nog eens € 12.500,–. Wordt er verzocht om een voorlopige voorziening (bij Rechtbank en/of AbRS) dan gelden voor deze procedures dezelfde extra ‘griffierechten’.

Een kostbare zaak
Het nemen van een besluit dat achteraf strandt bij de Rechtbank of de AbRS wordt een kostbare zaak. Bestuursorganen zullen in hun afweging om wel of geen medewerking te verlenen aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten nadenken over de ruimtelijke effecten van die ontwikkeling en de directe effecten in de vorm van eventuele waardevermindering van objecten van burgers. Er moet kennelijk ook een inschatting worden gemaakt van het risico dat het besluit – en het advies dat meestal een basis vormt van dat besluit – geen stand houdt, wanneer een burger in beroep en hoger beroep gaat.

Voorkomen is beter dan genezen
Risico van planschade in de vorm van waarde en waardevermindering kan worden beteugeld door het laten uitvoeren van risicoanalyses planschade.

Voorkomen dat deskundigenkosten worden gemaakt, c.q. voorkomen dat deskundigenkosten en ‘extra griffierechten’ moeten worden vergoed, kan eigenlijk alleen door een gespecialiseerde en ervaren planschadeadviseur in de arm te nemen waarvan de rapportage de, steeds kritischer wordende, toets van de aanvragers en de rechters kan doorstaan.

Dat een aanvrager proceskosten maakt c.q. dat die proceskosten moeten worden vergoed, kan worden voorkomen door zorgvuldig en goed voorbereid -met goed advies- een eventuele procedure aan te gaan. Kritischer kijken naar wie de proceskosten maakt lijkt ook meer nodig. Er wordt nog te vaak verondersteld dat proceskosten moeten worden vergoed terwijl er casus bekend zijn dat vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.

Meer weten?! Neem dan contact op met Paulo Schreiber.

Deel dit bericht