Algemeen

Kantorenconvenant en gemeenten

25 sep 2012

In de media is veel te lezen over leegstaande kantoren, het afwaarderen van vastgoed, mogelijke oplossingen en historische akkoorden. Heeft dit ook gevolgen voor de lokale ruimtelijke ordening?

Het “Kantorenconvenant”
Op 27 juni 2012 hebben belangrijke partijen op de kantorenmarkt het zogeheten “Kantorenconvenant” gesloten. Het convenant gaat in op de aanpak van leegstaande kantoren. De nadruk wordt gelegd op de provinciale regie, afspraken op gemeentelijk niveau met initiatiefnemers en op termijn mogelijk een kantorenfonds. Het convenant bevat geen concrete doelstellingen met betrekking tot het gewenste leegstandsniveau, bedragen voor opkoopfondsen en het volume van nieuwbouwmeters. Verder zijn niet alle spelers in het veld betrokken bij het convenant.

Verordeningen, visies en nieuwe bestemmingsplannen
Bij de regierol kunnen provincies overigens nu ook al gebruik maken van haar ruimtelijke ordeningsinstrumenten. De Wro gaat uit van samenwerking tussen provincie en gemeenten. Door middel van de Provinciale Ruimtelijke Verordening kan de provincie ook op een meer directe wijze grote invloed uitoefenen. De verordening bevat regels die gemeenten in acht moeten nemen als zij nieuwe ruimtelijke plannen opstellen. Deze regels werken niet direct door naar de burgers. Burgers worden pas gebonden door een gemeentelijk planologisch besluit. Gemeenten zullen ook zelfstandig tot een bepaald oordeel komen over de lokale en regionale kantoorlocaties. Bij een bepaalde kwantitatieve en kwalitatieve situatie past een gebiedsvisie (krimp, stabiele vraag en groei). Uiteindelijk zullen de verordeningen, visies en beleidsvoornemens hun weerslag krijgen in nieuwe bestemmingsplannen.

Financieel-juridische risicoanalyse
Het schrappen van papieren kantoorlocaties kan leiden tot directe planschade en tot claims van de desbetreffende grondeigenaren en betrokken initiatiefnemers. Wijzigingen ten aanzien van de plancapaciteit kunnen gevolgen hebben voor de grondwaarde van de desbetreffende gebieden en heeft, afhankelijk van de eigendomsituatie, daarmee ook een relatie met de begrotingen van de gemeentelijke grondbedrijven. Het zonder overleg veranderen van de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van bestaande objecten is in financieel opzicht riskant. Het is derhalve essentieel dat van tevoren een financieel-juridische risicoanalyse wordt verricht.

Geen verrassingen, goed beleid en de kans om effecten aan te passen
Op basis van de tijdige input van een deskundig adviesbureau worden de gevolgen van provinciaal en gemeentelijk beleid in beeld gebracht. Partijen weten dan waar men aan begint, hebben in het kader van de goede ruimtelijke ordening alle omstandigheden beoordeeld en kunnen dan een bewuste keuze maken. Ook kan met inschakeling van de deskundigen worden nagegaan of er alternatieven zijn voor eventuele ongewenste effecten.

Meer weten?! Neem dan contact op met Johan Geleijns.

Deel dit bericht