Nadeelcompensatie

Kan een overheidswebsite leiden tot voorzienbaarheid?

25 mrt 2026

Er zijn soms van die ontwikkelingen in de rechtspraktijk over bekende beoordelingscriteria die alsnog kunnen verrassen en de beoordeling van dat criterium kunnen beïnvloeden. Neem bijvoorbeeld het criterium “voorzienbaarheid”.

Wat is voorzienbaarheid c.q. actieve risicoaanvaarding ook alweer?

Volgens vaste rechtspraak geldt binnen het stelsel van nadeelcompensatie dat de gestelde schadeoorzaak voor de benadeelde op het moment van de investeringsbeslissing niet te voorzien mocht zijn. Is er wel sprake van voorzienbaarheid, dan heeft de benadeelde het risico op de schade aanvaard en moet de schade voor rekening van de benadeelde blijven. Gesteld wordt dan dat het de “eigen schuld” is van de benadeelde dat hij in een belang heeft geïnvesteerd, terwijl hij of zij had kunnen weten dat toekomstig overheidsoptreden tijdelijk of permanent een concrete nadelige invloed zou kunnen hebben op dit belang.

Wanneer is er sprake van voorzienbaarheid?

De afgelopen jaren heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zowel binnen het stelsel van nadeelcompensatie als binnen het (oude) planschaderecht, het criterium van de kenbaarheid steeds scherper afgebakend. Van voorzienbaarheid is sprake als voor de “redelijk denkend en handelend” belanghebbende, op het moment van de investering (koop of huur), aanleiding bestond om rekening te houden met de kans dat de situatie ter plaatse in ongunstige zin (al dan niet tijdelijk) zou veranderen, waardoor de investering niet volledig en/of minder snel zou kunnen worden terugverdiend. Actieve risicoaanvaarding moet worden gebaseerd op concrete beleidsvoornemens die door de overheid voldoende kenbaar openbaar zijn gemaakt.

Maar daar zit de crux: juist op het laatste punt, het “bekendmaken”, gaat het nog (te) vaak mis.

Waar rook is, hoeft nog geen vuur te zijn

In de uitspraak van 16 augustus 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3132) oordeelde de Afdeling dat een inspraaknotitie weliswaar kan worden aangemerkt als een concreet beleidsvoornemen, maar dat de notitie niet integraal was gepubliceerd in het gemeenteblad of op de gemeentepagina van de lokale krant, waardoor deze niet voldoende kenbaar openbaar was gemaakt. De notitie was immers uitsluitend via de gemeentelijke website te downloaden.

Volgens de Afdeling was deze wijze van bekendmaken voor een redelijk denkend en handelend koper onvoldoende om te concluderen dat deze notitie ook betrekking kon hebben op de door hem gestelde schadeoorzaak. Meer concreet oordeelde de Afdeling dat een dergelijke koper geen aanleiding zou hoeven zien om in het gemeentelijke bericht op de link naar de Inspraaknotitie te klikken.

Ook in haar (planschade)uitspraak van 12 februari 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:552) verbond de Afdeling aan het tegenwerpen van voorzienbaarheid dat het concrete beleidsvoornemen zelfstandig openbaar bekendgemaakt was. Het bekendmaken van een beleidsvoornemen met bijbehorend persbericht (uitsluitend) via de website van de betreffende overheid, voldoet volgens de Afdeling niet aan deze eis. Anders gesteld: de Afdeling is van mening dat van een belanghebbende niet mag worden verwacht dat deze eens in de zoveel tijd, zonder specifieke aanleiding, een overheidswebsite raadpleegt om te kijken of er iets in zijn of haar omgeving zou veranderen.

Wat betekent dit voor de nadeelcompensatiepraktijk?

Op zichzelf beschouwd is de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het gebied van de voorzienbaarheid niet nieuw of opzienbarend. Echter, in onze praktijk zien wij steeds vaker dat overheden voor het aankondigen van of communiceren over nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld voorgenomen wegwerkzaamheden of andere ingrepen in de publieke ruimte, uitsluitend gebruikmaken van de overheidswebsite of van social media zoals Facebook en Instagram.

Hoewel een dergelijke communicatiestrategie vanuit een moderne, digitale en praktische bril niet geheel onbegrijpelijk is, kan dit in de wat conservatieve juridische bubbel leiden tot ongewenste neveneffecten. Namelijk het effect dat de bestuursrechter aan deze communicatiemiddelen niet de juridische betekenis toekent dat er sprake is van een voldoende concrete en aan alle eisen voldoende publicatie van het concrete beleidsvoornemen.

Dit kan er vervolgens toe leiden dat de rechter voor ontwikkelingen waarvan de overheid het idee heeft dat deze al lang en breed bekend zijn (gemaakt), moet concluderen dat daarvan in juridische zin geen sprake is. De overheid kan dan worden geconfronteerd met praktisch onvoorziene, maar juridisch voorzienbare financiële risico’s ten titel van het stelsel van nadeelcompensatie.

Meer weten over dit onderwerp en de mogelijkheden om de risico’s te beperken?
Neem dan contact op met Peter van Bragt.