Planschade

Onzekerheid over uitwerkingsplannen

26 okt 2020

Let op: Dit artikel is gepubliceerd onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Per 1 januari 2024 is de Wro vervangen door de Omgevingswet. De inhoud kan relevant zijn voor lopende dossiers of overgangsrechtelijke situaties, maar is mogelijk niet van toepassing op nieuwe gevallen onder de Omgevingswet.

Uitwerkingsplannen zijn een zelfstandige grondslag voor planschade

Dit volgt direct uit de artikelen 3.6 lid 1 onder b en 6.1 lid 2 onder b Wro. Volgens de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening waren “uitwerkingsplannen” geen zelfstandige grondslag voor vergoeding van planschade. Een uitwerkingsplan ex artikel 11 WRO, dat binnen de grenzen van de uitwerkingsregels bleef kon geen planologisch nadeel opleveren.

Onduidelijkheid over de planologische vergelijking

Wanneer een uitwerkingsplan moet worden gezien als een zelfstandige grondslag van planschade dan dient bij de beoordeling van planschade dit uitwerkingsplan te worden vergeleken met het onderliggende planologische regime (vgl. LJN-BK1976, ABRS, 4-11-2009, Kollumerland, 200901254/1/H2). Dit onderliggende planologische regime zou dan het moederplan moeten zijn.

De omslag in de betekenis van uitwerkingsplannen in het planschaderecht heeft gevolgen voor de planologische vergelijking. De wijze waarop de maximale invulling van het uit te werken bestemmingsplan (= moederplan) moet worden geïnterpreteerd is namelijk nog niet uitgekristalliseerd.

Het vaststellen van globaal uit te werken bestemmingsplannen zou dan ook wel eens onverwachte planschade gevolgen kunnen hebben. Dat zou weleens kunnen betekenen dat het uitwerkingsplan zou moeten worden vergeleken met slechts het aanleggen van werken (infrastructuur) volgens het moederplan.

Nadere afweging

Totdat in concrete jurisprudentie zich nadere rechtsregels hebben gevormd over de wijze waarop moederplannen moeten worden beoordeeld in samenhang met uitwerkingsplannen, lijkt de inzet van uit te werken bestemmingsplannen (= moederplannen) een nadere afweging te vragen.

Een flexibele overwogen beleidskeuze

De voordelen van het kunnen blijven werken met globaal uit te werken bestemmingsplannen behoeft geen nadere uitleg. Door in een vroeg stadium ruimtelijke ontwikkeling op hoofdlijnen aan te geven en, eerst op het moment dat concrete bouwinitiatieven rijp zijn voor ontwikkeling, uitwerken van deze voorgenomen ontwikkelingen in uitwerkingsplannen, kan op flexibele wijze worden ingespeeld op actuele behoeften.

Al in de fase van de planvormkeuze verdient het aanbeveling om, met een risicoanalyseplanschade, onderzoek te doen naar de eventuele omvang van het planschaderisico om daarmee ook de juiste planvorm te bepalen. Dit heeft als voordeel dat een overwogen beleidskeuze wordt gemaakt.

Meer weten?! Neem dan contact op.