Claim afhandeling

Eerste planschade-uitspraak over het “maatschappelijk risico”

28 mrt 2012

Op 29 februari 2012 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor het eerst een planschade-uitspraak gedaan waarbij het “normaal maatschappelijk risico” een rol heeft gespeeld. Het betreft de uitspraak AbRS 29 februari 2012 inzake Tilburg, zaaknummer 201104750/1/A2. Het “normaal maatschappelijk risico” is bij de laatste wetswijziging (1 juli 2008) in het planschaderecht geïntroduceerd.

Zelfstandige betekenis artikel 6.2, lid 1
De langverwachte eerste uitspraak over het “normaal maatschappelijk risico” had betrekking op een aanvraag om tegemoetkoming in planschade, welke was ingediend ná 1 juli 2008 doch vóór 1 september 2010. Dit bracht wettelijk gezien met zich mee, dat het tweede lid van artikel 6.2 Wro (de “forfaitaire drempel” van 2%) op de aanvraag niet van toepassing was. Tot aan de uitspraak van 29 februari 2012 was onduidelijk, of aan het eerste lid van artikel 6.2 Wro (luidend: “Binnen het normale maatschappelijke risico vallende schade blijft voor rekening van de aanvrager”) wel of geen zelfstandige betekenis werd toegekend, naast het – nog niet geldende – lid 2 van dat artikel. Uit de uitspraak wordt duidelijk, dat de Raad van State zelfstandige betekenis heeft toegekend aan artikel 6.2, lid 1. Na een uitgebreide inhoudelijke beoordeling aan de hand van veel (casuïstische) criteria komt de Raad van State tot de conclusie dat de geleden schade (welke door de Rechtbank te Breda was gesteld op € 3.000,–, ofwel ruim 1% van de maatgevende waarde) binnen het normaal maatschappelijk risico van de aanvrager viel.

Beperkte gevolgen
Voor de gemeentelijke planschadepraktijk heeft de ontwikkeling naar verwachting enige, doch geen grote gevolgen. De meeste aanvragen om tegemoetkoming in planschade welke vóór 1 september 2010 zijn ingediend, zijn namelijk al definitief afgewikkeld. Voor de vanaf 1 september 2010 ingediende aanvragen is van betekenis, dat inmiddels het gehele artikel 6.2 Wro van toepassing is, dus óók de forfaitaire drempel van 2% zoals opgenomen in het tweede lid. De door de Rechtbank berekende schade van 1,2% van de maatgevende waarde zou thans óók binnen het “normaal maatschappelijk risico” vallen. Al met al is de uitspraak van 29 februari 2012 inhoudelijk gezien dus niet “spectaculair”.

Bij relevante lopende zaken de consequenties even doornemen
In de gevallen dat aanvragen, welke ingekomen zijn in de periode tussen 1 juli 2008 en 1 september 2010, nog niet definitief zijn afgewikkeld (bijvoorbeeld in verband met ingesteld bezwaar en beroep), kan de uitspraak gevolgen hebben indien in de procedure door één der betrokken partijen het “normaal maatschappelijk risico” nadrukkelijk naar voren is gebracht (vaak zal dit de initiatiefnemer van het schadeveroorzakende project zijn). Mocht het voorgaande spelen in uw gemeente, dan kan het raadzaam zijn om u te laten adviseren over de mogelijke consequenties van de uitspraak “Tilburg” voor de in uw gemeente nog lopende procedure(s). Uiteraard kan en wilt de SAOZ u daarbij helpen.

Bijsturen en onnodige procedures voorkomen
Een juiste inschatting van de gevolgen van de uitspraak “Tilburg” betekent voor gemeenten, dat zij – indien nodig – bijtijds de lopende procedures nog kunnen bijsturen zodat onnodig procederen wordt voorkomen. Daar waar onzekerheid bestaat over de betekenis van de uitspraak “Tilburg” voor lopende procedures in uw gemeente, biedt een goed advies voorts zekerheid over de positie van de gemeente.

Meer weten?! Neem dan contact op met Kees van der Lee.

Deel dit bericht