<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>SAOZ</title>
	<atom:link href="http://www.saoz.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.saoz.nl</link>
	<description>Adviseur in onroerende zaken</description>
	<lastBuildDate>Tue, 31 Jan 2012 12:42:16 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	
<xhtml:meta xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml" name="robots" content="noindex" />
		<item>
		<title>Grondwaarde afboeken?</title>
		<link>http://www.saoz.nl/743/grondwaarde-afboeken/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=grondwaarde-afboeken</link>
		<comments>http://www.saoz.nl/743/grondwaarde-afboeken/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 20 Dec 2011 07:41:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>eikelenboom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Grondexploitatie]]></category>
		<category><![CDATA[Planvorming]]></category>
		<category><![CDATA[RO Taxaties]]></category>
		<category><![CDATA[Afboeken]]></category>
		<category><![CDATA[Bouwgrond]]></category>
		<category><![CDATA[Deloitte]]></category>
		<category><![CDATA[Exploitatie]]></category>
		<category><![CDATA[grondexploitatie]]></category>
		<category><![CDATA[Residuele waarde methode]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.saoz.nl/?p=743</guid>
		<description><![CDATA[Herwaardering van gemeentegrond In 2010 hebben gemeentelijke grondbedrijven voor het eerst sinds lange tijd afgeboekt op de waarde van gronden die ze in exploitatie hebben. De verwachting is dat er de komende periode minder bouwgrond zal worden verkocht, de grondprijzen dalen en extra verliezen moeten worden genomen. Dit blijkt uit de recente update van het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Herwaardering van gemeentegrond<br />
</strong>In 2010 hebben gemeentelijke grondbedrijven voor het eerst sinds lange tijd afgeboekt op de waarde van gronden die ze in exploitatie hebben. De verwachting is dat er de komende periode minder bouwgrond zal worden verkocht, de grondprijzen dalen en extra verliezen moeten worden genomen. Dit blijkt uit de recente update van het onderzoek “Financiële effecten crisis bij gemeentelijke grondbedrijven van september 2010” van Deloitte.</p>
<p><strong>Plannen aanpassen<br />
</strong>Dit betekent dat de gemeenten moeten bijsturen op de drie P’s: Plannen, Prijs en Programma, aldus Deloitte. Voor gemeenten houdt dit concreet in dat op dit moment plannen worden aangepast en er met name getemporiseerd wordt. Ook moet uitdrukkelijk rekening gehouden worden met andere grondprijzen dan in de oorspronkelijke exploitatie opgenomen en wordt het aantal en type bebouwing bijgesteld. Er zullen bijvoorbeeld minder of andere woningen en/of minder kantoren worden gebouwd dan in de oorspronkelijke planning voorzien. Dit kan zelfs betekenen dat plangebieden, deels of geheel, niet in exploitatie zullen worden genomen.</p>
<p><strong>Bijstelling grondexploitaties<br />
</strong>Veel gemeenten zullen hun grondexploitaties om deze redenen gaan bijstellen. De in de exploitaties opgenomen uitgifteprijzen zijn veelal bepaald door middel van de residuele waardemethode. De inputfactoren dienen bij een herwaardering opnieuw te worden beoordeeld. Daarbij spelen zaken als marktconformiteit van het plan, aantallen en soorten bebouwing, verkoopopbrengsten, kosten, rentekosten, uitgiftetempo en dergelijke een belangrijke rol. Veel van deze zaken kan de gemeente zelf bijstellen en herberekenen. Wanneer het echter gaat om vaststellen van bijvoorbeeld inbrengwaarden ten behoeve van het exploitatieplan, maar ook bij de (her)taxatie van marktconforme uitgifteprijzen, kan taxatie door een onafhankelijke taxateur een meerwaarde hebben.</p>
<p><strong>“Meten is weten”<br />
</strong>Door het zo scherp mogelijk taxeren met de meest actuele gegevens, ontstaat een zo reëel mogelijk beeld voor de totale grondexploitatie. Daarna wordt duidelijk of, en zo ja in welke mate, een afboeking nodig is. De aldus bijgestelde grondexploitaties zijn van grote invloed op de voorzieningen c.q. de weerstandsreserve die gemeentelijke grondbedrijven moeten aanhouden met het oog op hun plannen.</p>
<p>Meer weten?! Neem dan contact op met <a href="mailto:j.marskamp@saoz.nl" target="_blank">Hans Marskamp</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.saoz.nl/743/grondwaarde-afboeken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Multidisciplinaire aanpak bij wijziging van spoorwegovergangen</title>
		<link>http://www.saoz.nl/739/multidisciplinaire-aanpak-bij-wijziging-van-spoorwegovergangen/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=multidisciplinaire-aanpak-bij-wijziging-van-spoorwegovergangen</link>
		<comments>http://www.saoz.nl/739/multidisciplinaire-aanpak-bij-wijziging-van-spoorwegovergangen/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 20 Dec 2011 07:41:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>eikelenboom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nadeelcompensatie]]></category>
		<category><![CDATA[Planschade]]></category>
		<category><![CDATA[Planvorming]]></category>
		<category><![CDATA[Risicoanalyse]]></category>
		<category><![CDATA[bestemmingsplan]]></category>
		<category><![CDATA[Infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Planschaderisico]]></category>
		<category><![CDATA[uitwerkingsplan]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.saoz.nl/?p=739</guid>
		<description><![CDATA[Overwegen sluiten Om de verkeersveiligheid te verbeteren worden veel overwegen gesloten en vervangen door een tunnel of brug (conform overheidsbeleid waaronder de Kadernota’s Railveiligheid, en het Eerste en Tweede “Programma Verbeteren Veiligheid op Overwegen” en de “Uitwerking overwegenbeleid 2010-2020” van ProRail). Planschade- en/of nadeelcompensatierisico’s Aangezien spoorwegen beheerd worden door ProRail en de kruisende wegen door [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Overwegen sluiten<br />
</strong>Om de verkeersveiligheid te verbeteren worden veel overwegen gesloten en vervangen door een tunnel of brug (conform overheidsbeleid waaronder de Kadernota’s Railveiligheid, en het Eerste en Tweede “Programma Verbeteren Veiligheid op Overwegen” en de “Uitwerking overwegenbeleid 2010-2020” van ProRail).</p>
<p><strong>Planschade- en/of nadeelcompensatierisico’s<br />
</strong>Aangezien spoorwegen beheerd worden door ProRail en de kruisende wegen door de gemeente of provincie, dient vooraf het nodige overleg plaats te vinden, en zal ook moeten worden bezien of, en zo ja, in welke mate, de planologie gewijzigd dient te worden. Het weghalen van een spoorwegovergang lijkt wellicht eenvoudig, maar een dergelijke verandering kan grote gevolgen hebben.</p>
<p>Het wijzigen van een bestemming kan immers leiden tot planschade in de vorm van vermogensschade als gevolg van een waardedaling van een onroerende zaak, en/of inkomensschade, bijvoorbeeld als gevolg van het moeten omrijden ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten.</p>
<p>Indien de planologie ongewijzigd blijft is er weliswaar geen sprake van een planschaderisico (vgl. ABRS 13 juli 2011, gemeente Stein, zaaknummer 201009114/1/H2), maar bij het nemen van verkeersbesluiten op basis van de Wegenverkeerswet en het daarop gebaseerde Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) en/of besluiten op basis van de Wegenwet, kan er wel nadeel optreden dat op grond van het stelsel van nadeelcompensatie voor vergoeding in aanmerking dient te komen (vlg. ABRS 14 september 2005, gemeente Venlo, zaaknummer 200406844/1). Bij het afsluiten van een route voor bepaalde weggebruikers kan bijvoorbeeld sprake zijn van een verminderde bereikbaarheid van een langs die weg gevestigde ondernemer, of nadeel als gevolg van minder passerend verkeer voor een (mede) daarvan afhankelijk bedrijf, zoals een tankstation.</p>
<p><strong>Multidisciplinaire aanpak<br />
</strong>Verschillende verkeerscirculatieplannen hebben andere effecten op de omgeving. Het is daarom raadzaam in een vroegtijdig stadium de alternatieven uit het verkeerskundigonderzoek als onderlegger te laten fungeren voor het onderzoek naar planschade- en nadeelcompensatierisico’s. Op deze wijze kunnen immers meerdere scenario’s worden uitgewerkt, waarbij alle potentieel belanghebbenden in ogenschouw worden genomen. Voorts kan een inschatting worden gemaakt of het normaal maatschappelijk risico van de schadevergoedingsstelsels zal worden overstegen of niet.</p>
<p><strong>Groter draagvlak<br />
</strong>Na een samenloop van verkeerskundig- en schadevergoedingsonderzoek kan een zorgvuldige belangen- en kostenafweging worden gemaakt bij de keuze voor één van de alternatieven, en zal de gekozen wijziging in de infrastructuur eerder door de betrokken partijen worden geaccepteerd.</p>
<p>Meer weten?! Neem dan contact op met <a href="mailto:y.delooij@saoz.nl" target="_blank">Yvonne de Looij</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.saoz.nl/739/multidisciplinaire-aanpak-bij-wijziging-van-spoorwegovergangen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verdergaande advisering van SAOZ</title>
		<link>http://www.saoz.nl/736/verdergaande-advisering-van-saoz/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=verdergaande-advisering-van-saoz</link>
		<comments>http://www.saoz.nl/736/verdergaande-advisering-van-saoz/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 20 Dec 2011 07:41:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>eikelenboom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Planvorming]]></category>
		<category><![CDATA[Risicoafdekking]]></category>
		<category><![CDATA[Risicoanalyse]]></category>
		<category><![CDATA[Risicoprofielen]]></category>
		<category><![CDATA[RO Taxaties]]></category>
		<category><![CDATA[Detachering]]></category>
		<category><![CDATA[Detacheringsovereenkomst]]></category>
		<category><![CDATA[Exploitatiebegroting]]></category>
		<category><![CDATA[Faciliterend grondbeleid]]></category>
		<category><![CDATA[Juridische context]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.saoz.nl/?p=736</guid>
		<description><![CDATA[Personeelsbeleid: bezuinigen heeft prioriteit In het Binnenlands Bestuur van 7 oktober 2011 is aandacht geschonken aan de omstandigheid dat veel gemeenten aan het bezuinigen zijn en dat er weinig maatregelen worden getroffen om talentvolle ambtenaren te behouden. Tijdens de door ons gegeven seminars (november en december 2011) hebben wij over dit onderwerp gesproken met diverse [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Personeelsbeleid: bezuinigen heeft prioriteit<br />
</strong>In het Binnenlands Bestuur van 7 oktober 2011 is aandacht geschonken aan de omstandigheid dat veel gemeenten aan het bezuinigen zijn en dat er weinig maatregelen worden getroffen om talentvolle ambtenaren te behouden. Tijdens de door ons gegeven seminars (november en december 2011) hebben wij over dit onderwerp gesproken met diverse gasten. Gebleken is dat gemeenten de werkwijze en de omvang van diverse afdelingen kritisch tegen het licht houden.</p>
<p><strong>Behouden expertise</strong><br />
De maatregelen van de gemeenten kunnen bestaan uit het: </p>
<ul>
<li>samenvoegen van afdelingen;</li>
<li>beperken tot faciliterend grondbeleid;</li>
<li>overlaten van initiatieven en werkzaamheden aan de markt;</li>
<li>niet verlengen van jaarcontracten;</li>
<li>interne herplaatsing;</li>
<li>niet meer inhuren van uitzendkrachten en gedetacheerden.</li>
</ul>
<p>Terwijl de bouwprocessen, de exploitatiebegrotingen en de juridische contexten steeds complexer worden, lopen gemeenten hiermee het risico dat de interne expertise onder druk komt te staan.</p>
<p><strong>Gebruik maken van bekende adviseurs<br />
</strong>Gemeenten zullen in de praktijk selectief gebruik blijven maken van bepaalde expertise van buiten af. U beschikt daarbij over een waaier van contacten. Overweeg in plaats van detacheringovereenkomsten met de tot op heden gebruikelijke detacheringbureaus, ook eens gebruik te maken van expertise binnen uw huidige adviesteam. U werkt ten slotte al met ons samen en u kunt overwegen om ons ook te consulteren voor aanpalende terreinen zoals: </p>
<ul>
<li>strategisch advies (groei &amp; krimpscenario’s);</li>
<li>RO taxaties (zie website);</li>
<li>bezwaar-, beroep,- en hoger beroepprocedures;</li>
<li>juridische (deel)vraagstukken (multidisciplinaire aanpak).</li>
</ul>
<p><strong>Gemeenschappelijk voordeel<br />
</strong>Door nader met ons samen te werken weet u wat u in huis haalt, vermijdt u langdurige overeenkomsten, blijft u beschikken over onafhankelijke externe input, ontstaat over en weer een sterkere relatie waardoor processen soepel verlopen, krijgt u professioneel advies tegen een van te voren bepaalde prijs en weet u zeker dat de “inhuur” niet langer duurt dan noodzakelijk.</p>
<p>Meer weten?! Neem dan contact op met <a href="mailto:j.geleijns@saoz.nl" target="_blank">Johan Geleijns</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.saoz.nl/736/verdergaande-advisering-van-saoz/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Onzekerheid over uitwerkingsplannen</title>
		<link>http://www.saoz.nl/733/onzekerheid-over-uitwerkingsplannen/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=onzekerheid-over-uitwerkingsplannen</link>
		<comments>http://www.saoz.nl/733/onzekerheid-over-uitwerkingsplannen/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 20 Dec 2011 07:40:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>eikelenboom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Planschade]]></category>
		<category><![CDATA[Uitwerkingsplan]]></category>
		<category><![CDATA[planschade]]></category>
		<category><![CDATA[planvorming]]></category>
		<category><![CDATA[uitwerkingsplan]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.saoz.nl/?p=733</guid>
		<description><![CDATA[Uitwerkingsplannen zijn een zelfstandige grondslag voor planschade Dit volgt direct uit de artikelen 3.6 lid 1 onder b en 6.1 lid 2 onder b Wro. Volgens de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening waren “uitwerkingsplannen” geen zelfstandige grondslag voor vergoeding van planschade. Een uitwerkingsplan ex artikel 11 WRO, dat binnen de grenzen van de uitwerkingsregels [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Uitwerkingsplannen zijn een zelfstandige grondslag voor planschade<br />
</strong>Dit volgt direct uit de artikelen 3.6 lid 1 onder b en 6.1 lid 2 onder b Wro. Volgens de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening waren “uitwerkingsplannen” geen zelfstandige grondslag voor vergoeding van planschade. Een uitwerkingsplan ex artikel 11 WRO, dat binnen de grenzen van de uitwerkingsregels bleef kon geen planologisch nadeel opleveren.</p>
<p><strong>Onduidelijkheid over de planologische vergelijking<br />
</strong>Wanneer een uitwerkingsplan moet worden gezien als een zelfstandige grondslag van planschade dan dient bij de beoordeling van planschade dit uitwerkingsplan te worden vergeleken met het onderliggende planologische regime (vgl. LJN-BK1976, ABRS, 4-11-2009, Kollumerland, 200901254/1/H2). Dit onderliggende planologische regime zou dan het moederplan moeten zijn. De omslag in de betekenis van uitwerkingsplannen in het planschaderecht heeft gevolgen voor de planologische vergelijking. De wijze waarop de maximale invulling van het uit te werken bestemmingsplan (= moederplan) moet worden geïnterpreteerd is namelijk nog niet uitgekristalliseerd. Het vaststellen van globaal uit te werken bestemmingsplannen zou dan ook wel eens onverwachte planschade gevolgen kunnen hebben. Dat zou weleens kunnen betekenen dat het uitwerkingsplan zou moeten worden vergeleken met slechts het aanleggen van werken (infrastructuur) volgens het moederplan.</p>
<p><strong>Nadere afweging<br />
</strong>Totdat in concrete jurisprudentie zich nadere rechtsregels hebben gevormd over de wijze waarop moederplannen moeten worden beoordeeld in samenhang met uitwerkingsplannen, lijkt de inzet van uit te werken bestemmingsplannen (= moederplannen) een nadere afweging te vragen.</p>
<p><strong>Een flexibele overwogen beleidskeuze<br />
</strong>De voordelen van het kunnen blijven werken met globaal uit te werken bestemmingsplannen behoeft geen nadere uitleg. Door in een vroeg stadium ruimtelijke ontwikkeling op hoofdlijnen aan te geven en, eerst op het moment dat concrete bouwinitiatieven rijp zijn voor ontwikkeling, uitwerken van deze voorgenomen ontwikkelingen in uitwerkingsplannen, kan op flexibele wijze worden ingespeeld op actuele behoeften. Al in de fase van de planvormkeuze verdient het aanbeveling om, met een risicoanalyseplanschade, onderzoek te doen naar de eventuele omvang van het planschaderisico om daarmee ook de juiste planvorm te bepalen. Dit heeft als voordeel dat een overwogen beleidskeuze wordt gemaakt.</p>
<p>Meer weten?! Neem dan contact op met <a href="mailto:p.schreiber@saoz.nl" target="_blank">Paulo Schreiber</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.saoz.nl/733/onzekerheid-over-uitwerkingsplannen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Rechtsbescherming nadeelcompensatie nu ook bij kantonrechter mogelijk</title>
		<link>http://www.saoz.nl/727/rechtsbescherming-nadeelcompensatie-nu-ook-bij-kantonrechter-mogelijk/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=rechtsbescherming-nadeelcompensatie-nu-ook-bij-kantonrechter-mogelijk</link>
		<comments>http://www.saoz.nl/727/rechtsbescherming-nadeelcompensatie-nu-ook-bij-kantonrechter-mogelijk/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 20 Dec 2011 07:40:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>eikelenboom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nadeelcompensatie]]></category>
		<category><![CDATA[Procedure]]></category>
		<category><![CDATA[Rechtsbescherming]]></category>
		<category><![CDATA[Schadebesluit]]></category>
		<category><![CDATA[nadeelcompensatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.saoz.nl/?p=727</guid>
		<description><![CDATA[Verruimde bevoegdheden kantonrechter Per 1 juli 2011 worden juridische geschillen waarmee een belang van maximaal € 25.000,&#8211; is gemoeid, behandeld door de kantonrechter in plaats van voorheen de civiele sector van de arrondissementsrechtbank. Anders dan bij de civiele sector van de rechtbank geldt bij de kantonrechter geen verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat/procureur, hetgeen betekent dat [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Verruimde bevoegdheden kantonrechter<br />
</strong>Per 1 juli 2011 worden juridische geschillen waarmee een belang van maximaal € 25.000,&#8211; is gemoeid, behandeld door de kantonrechter in plaats van voorheen de civiele sector van de arrondissementsrechtbank. Anders dan bij de civiele sector van de rechtbank geldt bij de kantonrechter geen verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat/procureur, hetgeen betekent dat de betrokken procespartijen hun standpunten zelfstandig kunnen bepleiten voor de kantonrechter. Voorts is bepaald dat de griffierechten in een kantonprocedure (veel) lager zijn dan in een civiele procedure bij de arrondissementsrechter. De wetgever heeft met deze aanpassing beoogd de toegang tot de rechter voor burgers te verbeteren.</p>
<p><strong>Gevolgen voor rechtsbescherming nadeelcompensatie<br />
</strong>De vraag kan worden gesteld waarom deze wijziging van de competentie van de kantonrechter van belang is voor de overheidspraktijk. Dit belang kan worden gevonden in de wijze van rechtsbescherming binnen het overheidsaansprakelijkheidsrecht, en in het bijzonder bij het stelsel van nadeelcompensatie. Immers, binnen het stelsel van nadeelcompensatie dient de rechtsbescherming in sommige gevallen te worden gezocht bij de bestuursrechter en in andere gevallen bij de civiele rechter.</p>
<p>In de regel dient een beslissing van een bestuursorgaan op een verzoek om schadevergoeding ten titel van nadeelcompensatie te worden aangemerkt als een zuiver schadebesluit. Dit schadebesluit is voorts appellabel (dus aanvechtbaar bij de bestuursrechter) indien het schadeveroorzakend besluit ook appellabel was, of indien op het verzoek om schadevergoeding een nadeelcompensatieregeling van toepassing is.</p>
<p>Indien echter deze zogenaamde procedurele connexiteit ontbreekt, dan dient het zuivere schadebesluit te worden aangevochten bij de civiele rechter. Tot 1 juli 2011 betekende deze procesgang bij de civiele rechter dat appellanten verplichte procesvertegenwoordiging dienden in te schakelen, met alle kosten en moeite die daarbij hoorden. Het gevolg hiervan was dat, zeker indien de financiële belangen niet al te groot waren, de (beweerdelijke) benadeelden, hun verlies namen en niet naar de rechter stapten. Met de hiervoor genoemde bevoegdheidsverruiming van de kantonrechter is het voor degenen die het niet eens zijn met de inhoud van een niet appellabel zuiver schadebesluit eenvoudiger en goedkoper geworden om (alsnog) een civielrechtelijke juridische procedure op te starten. Men hoeft zich immers niet meer te laten bijstaan door een (dure) advocaat. Dit betekent dat mensen zichzelf kunnen vertegenwoordigen of zich kunnen laten bijstaan door deskundigen op basis van no cure no pay.</p>
<p><strong>Gevolgen voor de nadeelcompensatiepraktijk<br />
</strong>In principe zou deze wijziging geen grote gevolgen moeten hebben voor de inhoudelijke beoordeling van verzoeken om nadeelcompensatie. Immers, de inhoudelijke beoordeling van een verzoek om nadeelcompensatie behoort altijd op dezelfde wijze te geschieden, ongeacht of de rechtsbescherming bij de bestuursrechter of de civiele rechter gezocht moet worden. Dit betekent derhalve dat het besluit op zorgvuldige wijze moet worden voorbereid en gemotiveerd. De burger kan zich, in zijn algemeenheid, in toenemende mate minder snel verenigen met de inhoud van overheidsbesluiten en verzet zich in toenemende mate daartegen. Dit gebeurt zeker in die gevallen dat het besluit niet zorgvuldig genoeg (in de ogen van de verzoekers) is voorbereid of niet voldoende is gemotiveerd. Het is derhalve goed om, mede gegeven de verruiming van de bevoegdheden van de kantonrechter, ook de schadebesluiten die niet bij de bestuursrechter terecht kunnen komen, op een zeer zorgvuldige wijze voor te bereiden en te motiveren. Daar waar voorheen met een enigszins pragmatische (en opportunistische) gedachte kon worden verondersteld dat het procesrisico beperkt was, lijkt dat thans niet meer aan de orde.</p>
<p><strong>Omvang extra verzoeken kan meevallen<br />
</strong>Dit zou ertoe kunnen leiden dat zorgvuldig voorbereide en goed gemotiveerde besluiten, sneller door de ontvangers worden geaccepteerd, waardoor de verruimde competentie van de kantonrechter niet automatisch hoeft te leiden tot meer procedures.</p>
<p>Meer weten?! Neem dan contact op <a href="mailto:p.v.bragt@saoz.nl" target="_blank">Peter van Bragt</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.saoz.nl/727/rechtsbescherming-nadeelcompensatie-nu-ook-bij-kantonrechter-mogelijk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Inbrengwaarde en de benodigde expertise</title>
		<link>http://www.saoz.nl/697/inbrengwaarde-en-de-benodigde-expertise/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=inbrengwaarde-en-de-benodigde-expertise</link>
		<comments>http://www.saoz.nl/697/inbrengwaarde-en-de-benodigde-expertise/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 14 Sep 2011 09:48:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>eikelenboom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Planvorming]]></category>
		<category><![CDATA[RO Taxaties]]></category>
		<category><![CDATA[grondexploitatie]]></category>
		<category><![CDATA[inbrengwaarde]]></category>
		<category><![CDATA[planvorming]]></category>
		<category><![CDATA[RO taxaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.saoz.nl/?p=697</guid>
		<description><![CDATA[Het wettelijk kader Wro/Bro Het begrip inbrengwaarde is geïntroduceerd met de totstandkoming van de Wro op 1 juli 2008 en de daarin opgenomen Grondexploitatiewet (Grex Afdeling 6.4 Wro). De gemeente dient in beginsel bij elke ruimtelijke maatregel ten behoeve van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan (artikel 6.12 Wro), waarbij bijvoorbeeld tevens sprake [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het wettelijk kader Wro/Bro<br />
</strong>Het begrip inbrengwaarde is geïntroduceerd met de totstandkoming van de Wro op 1 juli 2008 en de daarin opgenomen Grondexploitatiewet (Grex Afdeling 6.4 Wro). De gemeente dient in beginsel bij elke ruimtelijke maatregel ten behoeve van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan (artikel 6.12 Wro), waarbij bijvoorbeeld tevens sprake is van een spoedige en/of gefaseerde realisatie en verhaalbare kosten van relevante omvang, een exploitatieplan vast te stellen.</p>
<p><span id="more-697"></span></p>
<p>De bouwmogelijkheden, zoals zoals genoemd in artikel 6.2.1. Bro, bestaan in hoofdlijnen uit:</p>
<ul>
<li>de bouw van één of meer woningen of hoofdgebouwen;</li>
<li>de uitbreiding van een gebouw;</li>
<li>de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen;</li>
<li>de bouw van kassen.</li>
</ul>
<p><strong>Keuzes maken<br />
</strong>Als gevolg van deze wetgeving dient de gemeente bij het beoordelen van bouwplannen allereerst na te gaan of het plan valt onder artikel 6.2.1. Bro.<br />
Lukt het vervolgens om het privaatrechtelijke spoor te benutten? Met dit traject wordt bedoeld dat de gemeente al van te voren een overeenkomst met de grondeigenaren sluit over het verhalen van de kosten (de zogenaamde anterieure overeenkomst). Het kostenverhaal is dan anderszins verzekerd.<br />
Wanneer moet het publiekrechtelijke spoor worden ingezet? Dit traject wordt actueel als de betrokken partijen geen overeenstemming bereiken over de verdeling van de kosten. Dan vindt het uiteindelijke kostenverhaal plaats via de bouwvergunning, waarbij het exploitatieplan de basis vormt.</p>
<p><strong>Wanneer experts inschakelen<br />
</strong>De vraag of een bouwplan valt onder het genoemde wetsartikel is in de regel goed door de gemeente en de initiatiefnemer zelf te beantwoorden.<br />
Bij de onderhandelingen in het kader van de anterieure overeenkomst is assistentie van een deskundige vaak raadzaam. Dit geldt zeker indien de onderhandelingen moeizaam verlopen en er fundamenteel verschil van inzicht is waardoor het proces vertraging kan oplopen.<br />
De inbrengwaarde dient door een onafhankelijke en ter zake deskundige taxateur gemotiveerd te worden vastgesteld. Taxatie door de eigen gemeentelijke taxateur is formeel niet toegestaan. In de praktijk bestaat een redelijke mate van overeenstemming over de eisen die aan de taxateur dienen te worden gesteld:</p>
<ul>
<li>deskundig;</li>
<li>onafhankelijk</li>
<li>kennis van de systematiek van de Onteigeningswet.</li>
</ul>
<p><strong>Solide exploitatieplan<br />
</strong>Gezien de grote invloed op het exploitatieplan en de wijze waarop later kosten worden verhaald op particuliere eigenaren, is een accurate vaststelling van de inbrengwaarde van groot belang, zeker wanneer het exploitatieplan in rechte ter discussie komt te staan. Door middel van deskundige en onafhankelijke taxaties beschikt u over een exploitatieplan dat de toets der kritiek kan doorstaan.</p>
<p>Meer weten?! Neem dan contact op met <a href="mailto:j.marskamp@saoz.nl" target="_blank">Hans Marskamp</a>.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.saoz.nl/697/inbrengwaarde-en-de-benodigde-expertise/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De zelfstandige betekenis van uitwerkingsplannen in het planschaderecht</title>
		<link>http://www.saoz.nl/693/de-zelfstandige-betekenis-van-uitwerkingsplannen-in-het-planschaderecht/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=de-zelfstandige-betekenis-van-uitwerkingsplannen-in-het-planschaderecht</link>
		<comments>http://www.saoz.nl/693/de-zelfstandige-betekenis-van-uitwerkingsplannen-in-het-planschaderecht/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 14 Sep 2011 09:35:33 +0000</pubDate>
		<dc:creator>eikelenboom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Planvorming]]></category>
		<category><![CDATA[Risicoanalyse]]></category>
		<category><![CDATA[planologische vergelijking]]></category>
		<category><![CDATA[planvorming]]></category>
		<category><![CDATA[risicoanalyse]]></category>
		<category><![CDATA[uitwerkingsplan]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.saoz.nl/?p=693</guid>
		<description><![CDATA[Huidige wetgeving en rechtspraak Zowel uit artikel 6.1 Wro als uit relatief recente Afdelingsjurisprudentie (AbRS 27 april 2011, gemeente Breda, zaaknummer 201007502/1/H2) blijkt dat het daadwerkelijk uitwerken van een zogenaamd moederplan met uit te werken bestemmingen, zelfstandig kan leiden tot nadeel dat voor een planschadetegemoetkoming in aanmerking kan komen. Onder de oude WRO kon alleen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Huidige wetgeving en rechtspraak<br />
</strong>Zowel uit artikel 6.1 Wro als uit relatief recente Afdelingsjurisprudentie (AbRS 27 april 2011, gemeente Breda, zaaknummer 201007502/1/H2) blijkt dat het daadwerkelijk uitwerken van een zogenaamd moederplan met uit te werken bestemmingen, zelfstandig kan leiden tot nadeel dat voor een planschadetegemoetkoming in aanmerking kan komen.<br />
Onder de oude WRO kon alleen het moederplan een grondslag zijn voor een planschadevergoeding ex artikel 49 WRO, indien later binnen de uitwerkingsregels werd uitgewerkt (AbRS 1 juli 2009, gemeente Meppel, zaaknummer 200807723/1/H2). Het belangrijkste potentiële schademoment ligt onder de huidige Wro derhalve later in het planvormingsproces dan voorheen het geval was.<br />
Ingevolge artikel 9.1.5. tweede lid, Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening (IWro) is het nieuwe recht van toepassing ten aanzien van uitwerkingsplannen, waarvan het ontwerp een jaar ná het tijdstip van inwerkingtreding van de IWro (dus vanaf 1 juli 2009) ter inzage is gelegd.</p>
<p><span id="more-693"></span></p>
<p><strong>Moederplan met bouwverbod<br />
</strong>Om te voorkomen dat vanwege dezelfde bouwontwikkeling tot tweemaal toe tot planologisch nadeel wordt geconcludeerd, lijkt het naar de huidige stand van het recht het meest aannemelijk om in de situatie waarin nog alleen sprake is van een moederplan, met een bepaling dat er vóór uitwerking niet mag worden gebouwd, uit te gaan van een bouwverbod, en pas ná uitwerking de planologische mogelijkheden van het uitwerkingsplan volledig in te vullen. Het voorgaande betekent dus dat men bij het daadwerkelijk uitwerken van het moederplan rekening dient te houden met nadeel dat op grond van artikel 6.1 Wro voor tegemoetkoming in aanmerking kan komen.</p>
<p><strong>Noodzaak tot actualisatie<br />
</strong>Voor veel bouwplannen hebben gemeenten en ontwikkelaars jaren geleden voorinschattingen/risicoanalyses laten opstellen waarvan de conclusies zijn verwerkt in diverse begrotingen. Doordat de vergelijkingssystematiek onder de oude WRO anders was, kan echter niet meer met zekerheid worden uitgegaan van eerder verrichte onderzoeken waarbij uit te werken bestemmingen onderdeel uitmaakten van de planologische vergelijking. Het begrote planschaderisico kan immers aanmerkelijk hoger of lager uitpakken.<br />
Verstandig is in eerder gemaakte rapporten na te gaan of uit te werken bestemmingen een rol hebben gespeeld bij de planologische vergelijking, en zo ja, de risicoanalyse te laten actualiseren naar de huidige stand van het recht of een second opinion aan te vragen. Indien men een second opinion of nieuwe risicoanalyse laat opstellen is het vervolgens raadzaam te verifiëren of het nieuwe recht ook daadwerkelijk wordt toegepast.</p>
<p><strong>Een risicoanalyse naar de huidige stand van het recht biedt zekerheid<br />
</strong>Op deze wijze kan men projecten naar de maatstaven van 2011 onderbouwen en komt men na inwerkingtreding van het uitwerkingsplan en daarop volgende aanvragen om een tegemoetkoming in planschade ex artikel 6.1 Wro, niet voor verrassingen te staan.</p>
<p>Meer weten?! Neem dan contact op met <a href="mailto:y.delooij@saoz.nl">Yvonne de Looij</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.saoz.nl/693/de-zelfstandige-betekenis-van-uitwerkingsplannen-in-het-planschaderecht/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Herijking van het beleid door afnemende vraag</title>
		<link>http://www.saoz.nl/688/herijking-van-het-beleid-door-afnemende-vraag/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=herijking-van-het-beleid-door-afnemende-vraag</link>
		<comments>http://www.saoz.nl/688/herijking-van-het-beleid-door-afnemende-vraag/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 14 Sep 2011 09:35:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>eikelenboom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Planvorming]]></category>
		<category><![CDATA[Risicoanalyse]]></category>
		<category><![CDATA[Risicoprofielen]]></category>
		<category><![CDATA[RO Taxaties]]></category>
		<category><![CDATA[planvorming]]></category>
		<category><![CDATA[risico profielen]]></category>
		<category><![CDATA[risicoanalyse]]></category>
		<category><![CDATA[RO taxaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.saoz.nl/?p=688</guid>
		<description><![CDATA[Afnemende vraag naar grond Gemeenten exploiteren bouwgrond. Deze exploitatie bestaat uit alle activiteiten die nodig zijn om onbebouwde gronden als bouwterrein te verkopen. Soms worden bestaande gebieden ook herontwikkeld en enkele gemeenten geven de gronden ook in erfpacht uit. Sinds 2008 nemen de grondverkopen af. Verlies op de grondexploitatie en stagnerende projecten Uit cijfers van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Afnemende vraag naar grond</strong><br />
Gemeenten exploiteren bouwgrond. Deze exploitatie bestaat uit alle activiteiten die nodig zijn om onbebouwde gronden als bouwterrein te verkopen. Soms worden bestaande gebieden ook herontwikkeld en enkele gemeenten geven de gronden ook in erfpacht uit. Sinds 2008 nemen de grondverkopen af.</p>
<p><span id="more-688"></span></p>
<p><strong>Verlies op de grondexploitatie en stagnerende projecten<br />
</strong>Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS mei 2011) blijkt dat de gemeenten in 2009 € 414.000.000,&#8211; verlies hebben geleden op de exploitatie van bouwgrond. Tot 2008 vertoonden de grondexploitaties in de regel een positief saldo en werd een belangrijk deel van de inkomsten van gemeenten door middel van deze exploitaties gegenereerd. Het saldo kon worden ingezet bij andere beleidsterreinen. In de jaren 2010 en 2011 zijn de gemeentelijke begrotingen naar beneden aangepast. Wij zien de volgende aandachtspunten:</p>
<ul>
<li>boekwaarden eigen gronden en opstallen mogelijk niet meer marktconform;</li>
<li>overeenkomsten met marktpartijen niet meer actueel door andere ideeën over de grondwaarde, te realiseren vastgoed, tijdstip afname grond en start bouw;</li>
<li>overcapaciteit van bepaalde planologische mogelijkheden.</li>
</ul>
<p>Als gevolg hiervan blijven transacties uit, lopen projecten vertraging op en is het moeilijker om (kleinere) initiatieven van de grond te krijgen.</p>
<p><strong>Beleid herijken<br />
</strong>Een deel van de gemeenten en marktpartijen hebben al besloten om het beleid te herzien door middel van de volgende acties:</p>
<ul>
<li>de waarde van de eigen gronden en het overig onroerend goed hertaxeren en eventueel het verlies nemen;</li>
<li>bestaande overeenkomsten opnieuw beoordelen, de bouwplannen actualiseren, potenties en prioriteiten vaststellen en nieuwe overeenkomsten sluiten;</li>
<li>onderzoeken of er in planologisch opzicht teveel capaciteit is en nagaan wat de gevolgen zijn van het wegbestemmen.</li>
</ul>
<p>Van gedachten wisselen met een onafhankelijke specialist helpt u bij het bepalen van uw koers en levert bouwstenen voor de onderbouwing van uw beleid.</p>
<p><strong>Opnieuw beginnen en kansen creëren<br />
</strong>Door te werken met marktconforme gegevens, ontstaat een nieuw reëel vertrekpunt. De kans op transacties neemt toe. Contractpartijen kunnen de markt op met geschikte plannen en passende prijzen. Nieuwe partijen kunnen gaan investeren. Grotere gebieden kunnen door kleinere deelontwikkelingen alsnog tot ontwikkeling komen.</p>
<p>Meer weten?! Neem dan contact op met <a href="mailto:j.geleijns@saoz.nl" target="_blank">Johan Geleijns</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.saoz.nl/688/herijking-van-het-beleid-door-afnemende-vraag/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Reikwijdte van planschadeaanvragen</title>
		<link>http://www.saoz.nl/680/de-reikwijdte-van-planschadeaanvragen/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=de-reikwijdte-van-planschadeaanvragen</link>
		<comments>http://www.saoz.nl/680/de-reikwijdte-van-planschadeaanvragen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 14 Sep 2011 09:34:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>eikelenboom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Claim afhandeling]]></category>
		<category><![CDATA[Planschade]]></category>
		<category><![CDATA[claim afhandeling]]></category>
		<category><![CDATA[planschade]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.saoz.nl/?p=680</guid>
		<description><![CDATA[Wat moet er worden beoordeeld naar aanleiding van een planschadeaanvraag? In AbRS, 29-6-2011, Sint-Oedenrode, 201011547/1/H2, is uitgesproken dat planschade veroorzakende besluiten (planschadegrondslagen), die eerst ter zitting van de rechtbank worden aangevuld, buiten beschouwing dienen te worden gelaten in de beoordeling van de aanvraag. De Afdeling bestuursrechtspraak lijkt andermaal te bevestigen dat de redactie van de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Wat moet er worden beoordeeld naar aanleiding van een planschadeaanvraag?<br />
</strong>In AbRS, 29-6-2011, Sint-Oedenrode, 201011547/1/H2, is uitgesproken dat planschade veroorzakende besluiten (planschadegrondslagen), die eerst ter zitting van de rechtbank worden aangevuld, buiten beschouwing dienen te worden gelaten in de beoordeling van de aanvraag. De Afdeling bestuursrechtspraak lijkt andermaal te bevestigen dat de redactie van de planschadeaanvraag maatgevend is voor wat er moet worden beoordeeld bij een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade.</p>
<p>De jurisprudentie laat echter ook zien dat de gemeente én adviseur ook een actieve rol hebben te vervullen bij de interpretatie van die planschadeaanvragen. Die actieve rol gaat verder dan menigeen verwacht. Zelfs in een situatie dat een aanvrager uitdrukkelijk verzoekt om tegemoetkoming in de planschade naar aanleiding van het vervallen van de mogelijkheid tot het bouwen van appartementen op zijn perceel, en in bezwaar, beroep én hoger beroep geen opmerkingen worden gemaakt over het vervallen van andere bouwmogelijkheden op zijn perceel, heeft de AbRS naar aanleiding van de pleitnotitie van aanvrager (!) beslist dat alsnog moest worden onderzocht of het nieuwe bestemmingsplan nadeel heeft veroorzaakt vanwege het vervallen van bepaalde uitbreidingsmogelijkheden van de bestaande villa op het betreffende perceel (AbRS, 1-9-2010, Baarn, 200910087/1/H2).</p>
<p><span id="more-680"></span></p>
<p><strong>Lijdelijk maar actief bepalen van de reikwijdte van een planschadeaanvraag<br />
</strong>Door de verschillende uitspraken is de reikwijdte van de aanvraag niet direct duidelijk. Wanneer de “actieve rol” van de planschadebeoordelaar, zoals uitgesproken in de uitspraak Baarn, wordt bevestigd, en tegelijkertijd van de planschadebeoordelaar wordt verwacht dat hij de planschadeaanvraag “lijdelijk” volgt, zoals is bevestigd in de uitspraak Sint Oederode, moet de planschadebeoordelaar er zich meer dan ooit van vergewissen dat de reikwijdte van een planschadeaanvraag eenduidig is vastgelegd.</p>
<p><strong>Hoe kan men eenduidig de reikwijdte van een planschade aanvraag vaststellen?<br />
</strong>De gemeente moet zich eerst buigen over de vraag of de aanvraag als kennelijk niet ontvankelijk of ongegrond moet worden afgewezen op grond van de “Procedureverordening voor advisering in tegemoetkoming in de planschade”. Vervolgens kan de gemeente samen met de planschadebeoordelaar al bij de eerste beoordeling van de aanvraag overleggen of de aanvraag voldoende concreet is gemotiveerd. Is het niet eenduidig vast te stellen welke besluiten worden aangewezen als grondslag voor planschade, dan dient in een zo vroeg mogelijk stadium door de aanvrager nadrukkelijk te worden bevestigd welke planologische besluiten worden aangewezen als grondslag voor de beoordeling. De planschadebeoordelaar zal zich zeker bij de bepaling van de reikwijdte van de aanvraag moeten ontpoppen tot intermediair. Als inhoudelijk specialist en onafhankelijk bewaker van de procesorde biedt “de lijdelijk actieve planschadebeoordelaar” maatwerk.</p>
<p><strong>Meerwaarde van een planschadeadviseur als intermediair<br />
</strong>Voor geen van de betrokken partijen is verlenging van de planschadeprocedure wenselijk. Het niet eenduidig genoeg vaststellen van de reikwijdte van een aanvraag kan tot gevolg hebben dat partijen kunnen worden genoodzaakt extra tijd en energie te steken in de behandeling van de (verlengde) procedure. Er moet ook rekening worden gehouden met extra kosten voor advisering, rentekosten en extra procesrisico’s wanneer het nieuwe besluit aanleiding geeft tot bezwaar en beroep. Een actieve beoordeling van de aanvraag door de gemeente en haar adviseur voorkomt onnodig tijdverlies en zorgt er voor dat de planschade op de juiste grondslagen wordt beoordeeld.</p>
<p>Meer weten?! Neem dan contact op met <a href="mailto:p.schreiber@saoz.nl" target="_blank">Paulo Schreiber</a>.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.saoz.nl/680/de-reikwijdte-van-planschadeaanvragen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Landelijke ketens en nadeelcompensatie</title>
		<link>http://www.saoz.nl/672/landelijke-ketens-en-nadeelcompensatie/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=landelijke-ketens-en-nadeelcompensatie</link>
		<comments>http://www.saoz.nl/672/landelijke-ketens-en-nadeelcompensatie/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 14 Sep 2011 09:33:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>eikelenboom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Claim afhandeling]]></category>
		<category><![CDATA[Nadeelcompensatie]]></category>
		<category><![CDATA[claim afhandeling]]></category>
		<category><![CDATA[maatschappelijk risico]]></category>
		<category><![CDATA[nadeelcompensatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.saoz.nl/?p=672</guid>
		<description><![CDATA[Landelijke en internationale winkelketens claimen (ook) nadeelcompensatie Zoals wij in onze eerste nieuwsbrief reeds hebben aangegeven worden de lagere overheden in Nederland steeds vaker geconfronteerd met vragen over nadeelcompensatie en stijgt het aantal ingediende verzoeken om nadeelcompensatie gestaag. Tot een aantal jaar geleden konden de indieners van verzoeken om nadeelcompensatie meestal worden geschaard in de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Landelijke en internationale winkelketens claimen (ook) nadeelcompensatie<br />
</strong>Zoals wij in onze eerste nieuwsbrief reeds hebben aangegeven worden de lagere overheden in Nederland steeds vaker geconfronteerd met vragen over nadeelcompensatie en stijgt het aantal ingediende verzoeken om nadeelcompensatie gestaag.<br />
Tot een aantal jaar geleden konden de indieners van verzoeken om nadeelcompensatie meestal worden geschaard in de categorie van de plaatselijke ondernemers; zoals de slager of bakker op de hoek, de lokale horecaondernemer of een zelfstandige benzinepomphouder.<br />
De laatste tijd zien wij evenwel een toenemende trend dat ook landelijke en/of internationale (winkel)ketens, zoals onder meer Blokker, Zeeman en AC, verzoeken om nadeelcompensatie indienen als één van hun winkelfilialen wordt getroffen door werkzaamheden.</p>
<p><span id="more-672"></span><strong></strong></p>
<p><strong>Welke gevolgen heeft deze trend voor het in behandeling nemen en beoordelen van dergelijke verzoeken om nadeelcompensatie?<br />
</strong>In principe dient ieder verzoek om schadevergoeding, of deze nu wordt ingediend door een lokale ondernemer of afkomstig is van het hoofdkantoor van een landelijke winkelketen, op dezelfde wijze te worden beoordeeld. De schaalgrootte van de verzoeker doet aan de procedurele voorschriften die gelden voor het in behandeling nemen van een verzoek om schadevergoeding, niets af. Evenmin doet de schaalgrootte iets af aan de inhoudelijke vragen die beantwoord dienen te worden met betrekking tot schade, causaal verband en vergoedbaarheid.<br />
Toch levert het beoordelen van schadevergoedingsverzoeken van dergelijke ketenbedrijven in de praktijk enkele uitdagingen op die het gevolg zijn van de schaalgrootte van de verzoeker.<br />
Hierbij kan worden gedacht aan de omstandigheid dat ketenbedrijven niet zelden overzichten inbrengen waarin de omzetontwikkeling van het getroffen filiaal wordt afgezet tegen de ontwikkeling van andere, niet getroffen, filialen. Of dat sommige ketenbedrijven niet altijd in staat zijn, of gewillig zijn, om ten aanzien van het getroffen filiaal de benodigde financiële gegevens te overleggen. Ten slotte is het bij een dergelijk bedrijf ingewikkelder om de vraag te beantwoorden of de schade (van het filiaal) het normaal maatschappelijk risico van verzoeker heeft overstegen.<br />
Dit zijn factoren die de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding van een ketenbedrijf gecompliceerder maken dan de beoordeling van overige schadevergoedingsverzoeken.</p>
<p><strong>Wat betekent dit voor de dagelijkse bestuurspraktijk<br />
</strong>Het is belangrijk om de hierboven aangegeven verschillen tussen de schaalgrootte en diversiteit van mogelijke indieners van een verzoek om schadevergoeding, welke vaak ook nog samenhangen met de juridische verschijningsvorm van de verzoeker, dus een eenmanszaak, vennootschap onder firma, besloten vennootschap of zelfs een naamloze vennootschap, tijdig te signaleren en ook te duiden.<br />
Deze verschillen hebben namelijk hun invloed op de inhoudelijke beoordeling van het schadevergoedingsverzoek, en op het voorbereidings- en besluitvormingsproces.<br />
Zo kan een juiste inschatting van het ingediende verzoek en het type verzoeker van groot belang zijn bij de vraag of een adviseur wordt ingeschakeld, wat de reikwijdte van het onderzoek dient te zijn en hoe het advies van een eventuele adviseur dient te worden beoordeeld.<br />
Immers, zo kan uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onder meer worden opgemaakt dat, bijvoorbeeld met betrekking tot het normaal maatschappelijk risico van een ketenbedrijf, andere criteria van toepassing zijn.</p>
<p><strong>Minimaal proces risico<br />
</strong>Het tijdig signaleren van de relevante aspecten, uitgangspunten en omstandigheden van een ingediend verzoek om schadevergoeding ten titel van nadeelcompensatie, en het op de juiste wijze verwerken van deze omstandigheden, leidt ertoe dat het voorgeschreven voorbereidingsproces op een efficiënte en zorgvuldige wijze kan plaatsvinden, zodat in overwegende mate kan worden gewaarborgd dat een eventueel procesrisico ten aanzien van de op basis daarvan genomen besluiten tot een minimum kan worden beperkt.</p>
<p>Meer weten?! Neem dan contact op met <a href="mailto:p.v.bragt@saoz.nl">Peter van Bragt</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.saoz.nl/672/landelijke-ketens-en-nadeelcompensatie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

